Dit is een energiek spel dat perfect is voor groepen. Gebruik het om grote groepen op een leuke manier op te warmen of om lange periodes van zitten te doorbreken, bijvoorbeeld tijdens een training. Alle deelnemers moeten “lopen” en “stoppen” op de commando’s van een spelleider. De spelleider herhaalt de twee commando’s een paar keer zodat iedereen eraan gewend raakt, en wisselt daarna de commando’s af om mensen “erin te laten lopen”. Bijvoorbeeld door twee keer achter elkaar “stop” te zeggen. Je kunt ook andere commando’s toevoegen, zoals “springen” of “omdraaien”. Er is niet echt een winnaar: het gaat er gewoon om dat iedereen lekker gek doet en in beweging komt.
Laat iedereen in een kring staan. Eén vrijwilliger gaat in het midden van de kring staan en maakt een geluid en een beweging. Diegene kan bijvoorbeeld met de voeten stampen en "klomp, klomp" zeggen. Dat geluid en die beweging worden door iedereen in de kring herhaald. Daarna stapt er een nieuwe persoon in de kring die hetzelfde doet, totdat iedereen de kans heeft gehad om een eigen geluid en beweging te bedenken die de anderen herhalen. Meestal is het het makkelijkst om met de klok mee te gaan, maar je kunt mensen ook willekeurig een beurt laten nemen.
Een groep mensen geeft een denkbeeldige rode bal door en verzint samen een verhaal over waar die bal allemaal is geweest. Je kunt de kleur van de bal of zelfs het denkbeeldige voorwerp veranderen: het gaat erom het begin en einde van het verhaal door elkaar te halen en creatief te zijn.
Deze is populair omdat hij vol energie zit en groepen echt betrekt. Zo werkt het: iedereen gaat in een kring staan. Eén persoon is de ‘starter’ en trapt het spel af door een geluid te kiezen (zoals ‘ahh’ of ‘boem’). De persoon ernaast herhaalt het geluid, en zo gaat het de kring rond tot het bij de laatste persoon komt, die een nieuw geluid maakt. Iedereen probeert het geluid zo snel mogelijk door de groep te laten gaan. Wil je het nog leuker maken? Neem dan voor elk geluid de tijd op en kijk hoe snel de groep één geluid de hele kring rond krijgt.
Dit spel werkt goed voor zowel kleine als grote groepen. De spelers doen alsof ze een standbeeld zijn, terwijl een ‘nachtwaker’ de wacht houdt. Het doel is om te bewegen zonder betrapt te worden. Aan het begin van het spel kies je een nachtwaker; die mag vrij rondlopen, terwijl alle anderen zich als standbeeld moeten gedragen. Spelers mogen proberen stapjes te zetten, maar de nachtwaker mag ze niet zien bewegen. Wie betrapt wordt, ligt uit het spel. In sommige varianten mag de nachtwaker dingen doen om de spelers aan het bewegen te krijgen, maar zonder ze rechtstreeks aan te raken. Je kunt er ook een spel zonder winnaar van maken: wie als laatste betrapt wordt, is de nieuwe nachtwaker.
Verhaaloefeningen helpen mensen hun verlegenheid te overwinnen en aan hun uitdrukkingsvaardigheid te werken. Bij dit spel zegt een groep om de beurt één woord om samen een verhaal te maken. Ga in een kring staan en ga met de klok mee of tegen de klok in. Vaak begint deze oefening met 'Er was eens' en gaat het verhaal vanaf daar verder. De laatste spelers zeggen 'einde'.

Geef het applaus door in de kring! De deelnemers gaan in een kring staan en de spelleider begint met klappen. De andere spelers klappen om de beurt, met de klok mee, tot de spelleider de laatste klap geeft. Er zijn ook een paar varianten. De deelnemers kunnen bijvoorbeeld langzaam beginnen met klappen en het tempo per ronde steeds verder opvoeren.
Twee mensen staan tegenover elkaar en spiegelen elkaars bewegingen, terwijl ze proberen synchroon te blijven.

Dit spel is ideaal voor kleine of middelgrote groepen. Het doel is om spelers uit te schakelen die oogcontact maken. Kies eerst iemand die de aanwijzingen roept. Daarna gaan de spelers in een grote kring staan met hun hoofd naar beneden. Als de spelleider “op” roept, heffen alle spelers tegelijk hun hoofd, kijken ze naar een andere speler en blijven ze even stil. Daarna zegt de spelleider “neer” en laten de spelers hun hoofd weer zakken. Dit gaat zo heen en weer, en als twee spelers elkaar recht aankijken, liggen ze uit het spel. Je gaat door tot er een winnaar is.

Dit is een opwarmspel dat veel theatergroepen gebruiken. Je springt over een denkbeeldige bal. Iedereen staat in een kring en de spelleider gooit 'de bal' naar een deelnemer. Die springt eroverheen en doet alsof de bal naar iemand anders rolt, die er dan overheen springt. Het spel gaat door tot iedereen een keer heeft gesprongen.
Twee mensen voeren een gesprek in brabbeltaal (in feite een verzonnen, onzinnige taal) en ieder moet proberen te begrijpen wat de ander zegt.
Een groep vormt samen een tableau vivant van één specifiek groepslid. Iedereen moet samenwerken om een beeld neer te zetten dat zo goed mogelijk op die persoon lijkt.
Deze oefening wijkt iets af van het drama-freezespel hierboven en stimuleert meer individuele deelname. Twee mensen spelen een scène, waarna iemand "freeze" roept en een ander de scène overneemt. Dit werkt het best als je het ordelijk aanpakt: de volgende deelnemers staan in een kring die je rondgaat (of in een rij die je afloopt).
Een heel populair spel vol energie dat geweldig werkt voor studenten en teams. Je hebt muziek nodig waarop je kunt dansen en deelnemers die niet te verlegen zijn om te dansen. Het concept is simpel: zolang de muziek speelt, moet iedereen dansen. Stopt de muziek, dan moet iedereen bevriezen in precies de houding waarin diegene op dat moment was. Wie blijft dansen, ligt uit het spel, en zo ga je door tot er één winnaar overblijft.
Iemand geeft een ander een emotie, en die moet die emotie uitbeelden. Je kunt de emoties spontaan bedenken of er een aantal opschrijven en ze op losse briefjes scheuren waaruit je trekt. Het wordt extra leuk als je naast de gebruikelijke 'boos' en 'blij' ook minder voor de hand liggende emoties kiest: probeer eens 'jaloers' of 'verliefd'.
Deze optie is ideaal voor kleine groepen en kan echt leuk zijn. Je begint met tweetallen en een spelleider. Het eerste team speelt spontaan een scène, zonder die vooraf te bespreken. Terwijl ze spelen, roept de spelleider op elk gewenst moment “freeze”. Op dat moment moet het spelende team stokstijf blijven staan. Daarna is het volgende tweetal aan de beurt en begint zodra de spelleider “actie” roept. Zij moeten een scène bedenken die totaal anders is dan die van het vorige tweetal. Zo gaat het door tot elk team een keer heeft gespeeld en bevroren.
Dit is een leuk spel voor een team, waarbij deelnemers activiteiten uitbeelden met gebaren. Laat iedereen in een rij staan, allemaal met het gezicht dezelfde kant op. De laatste persoon in de rij is de spelleider. Die schrijft een handeling op (bijvoorbeeld 'Ik liet mijn hond uit, struikelde en viel'). De persoon ernaast in de rij beeldt die handeling uit zonder iets te zeggen, daarna doet de volgende in de rij hetzelfde, enzovoort. De eerste persoon vooraan in de rij moet raden wat de handeling was.

Dit kringspel is ideaal om op te warmen en energie te krijgen. Zo werkt het: geef eerst alle spelers een nummer op volgorde (bij 15 spelers zijn dat dus de nummers 1 t/m 15). De spelers gaan in een kring staan en kiezen wie er begint. Die speler noemt een willekeurig nummer binnen het bereik van de nummers waarmee je speelt. De speler met dat nummer moet reageren door het nummer van een andere speler te noemen. Zo gaat het spel verder: spelers reageren zodra een ander hun nummer noemt. Reageert een speler niet meteen als het eigen nummer wordt genoemd, dan ligt die eruit.
Een soort live-versie van Pictionary! In tweetallen beschrijft de een een voorwerp en moet de ander het tekenen zonder het te zien.
Bij dit spel ga je het alfabet af en zoek je woorden die bij een bepaalde categorie passen. Je kunt bijvoorbeeld dieren als categorie kiezen. Je begint met de letter ‘A’ en de groep bedenkt verschillende dieren die met een A beginnen, daarna met een B, enzovoort (goede antwoorden zijn dus bijvoorbeeld aap, bever, enz.).

Dit spel lijkt een beetje op hete aardappel, maar dan zonder bal. Iedereen gaat in een kring staan. De eerste speler klapt in de handen, wijst naar iemand anders in de kring en zegt 'zip'. De speler naar wie gewezen wordt, klapt meteen, wijst naar een volgende persoon en zegt 'zap'. De derde speler zegt 'zop' en zet het patroon voort. Zo gaat het rond, met iedereen die 'zip, zap, zop' zegt, tot iedereen aan de beurt is geweest. Wil je het wat uitdagender maken? Probeer dan in de tweede of derde ronde steeds sneller te gaan.
Dit spel draait helemaal om samenwerken en voortbouwen op elkaars ideeën. Eén persoon begint met een uitspraak en de ander moet "ja, en" zeggen en er iets aan toevoegen. Je kunt beginnen met een grappige uitspraak of met iets wat met je werk of team te maken heeft. Veel mensen gebruiken dit soort spel voor improvisatieoefeningen, waarbij de opmerkingen over verzonnen gebeurtenissen gaan.
Iemand schrijft een naam op een papiertje en plakt het op het voorhoofd van een ander. Die persoon moet ja-of-nee-vragen stellen om erachter te komen wie hij of zij is. Heb je ooit 20 vragen gespeeld (of de leuke iPhone-game Heads Up)? Dan ken je het principe al.
Ook dit spel is ideaal voor groepen. Kies één persoon die ‘onzichtbaar’ is. Alle anderen doen alsof ze deze speler niet kunnen zien. Ze mogen alles doen, behalve direct contact hebben met de onzichtbare speler. De onzichtbare speler probeert ondertussen de hele tijd de anderen aan het lachen te maken. Wie toch moet lachen, ligt uit het spel. Idealiter gaat het spel door tot er nog maar één speler over is (de winnaar).